Top of this page
Skip navigation, go straight to the content
In Nederland zijn ongeveer 150.000 mensen met epilepsie. Epilepsie is een rekbaar begrip, een verzamelnaam. Mensen met epilepsie hebben herhaaldelijk aanvallen door een plotselinge, tijdelijke storing van het electrische evenwicht in de hersenen. Er zijn verschillende soorten epileptische aanvallen. Zo zijn er mensen die elke dag een aantal keer afwezig zijn. Of mensen die af en toe een tonisch-clonische aanval hebben of die soms ongecontroleerde bewegingen maken met armen of benen. Er is dus niet één soort aanval. De gevolgen gaan van groot naar klein. De frequentie van een aanval varieert van meerdere malen per dag tot vrijwel nooit.
In meer dan de helft van de gevallen begint epilepsie voor het achttiende levensjaar. Ook ouderen hebben een grotere kans op het krijgen van epilepsie, doordat ze bijvoorbeeld een hersenbloeding of hoofdletsel hebben gehad waaraan ze epilepsie hebben overgehouden.
Maar liefst 60% tot 70% van de mensen met epilepsie wordt aanvalsvrij door het gebruik van anti-epileptica. 30 tot 40% daarentegen wordt op de huidige beschikbare middelen dus nog niet aanvalsvrij.
Epilepsie wordt al heel lang behandeld met medicijnen. Al in de negentiende eeuw werd geëxperimenteerd met bromide, een slaapmiddel met forse bijwerkingen. Vanaf de tweede helft van de vorige eeuw kwamen middelen als carbamazepine en natriumvalproaat in zwang. Deze bleken effectief, maar je kon wel last krijgen van vervelende bijwerkingen. De laatste vijftien jaar is het onderzoek naar anti-epileptica in een stroomversnelling gekomen. Het zijn niet alleen meer de bestaande middelen die zijn doorontwikkeld, maar compleet nieuwe medicijnen. Die hebben elk hun eigen werkingsmechanisme en bijwerkingenprofiel. Mensen met epilepsie hebben daardoor meer keus gekregen. De winst van de nieuwe middelen zit niet alleen in minder aanvallen maar juist ook in minder bijwerkingen.
Anti-epileptica voorkomen een teveel aan electrische ontladingen van de hersencellen. Ze zorgen er ook voor dat de hersencellen minder gevoelig worden voor de prikkels die ze ontvangen. Daardoor is er minder kans op aanvallen. Het effect van een behandeling staat of valt met het op maat voorschrijven, de juiste keuze en het op de juiste manier ‘instellen' van een medicijn.
Met medicijnen kun je de symptomen van epilepsie tegengaan. Ze genezen je echter niet. En je kunt er nadelen (bijwerkingen) van ondervinden. Soms zijn klachten gemakkelijk vast te stellen (huiduitslag, gewichtstoename, wazig zien of trillende handen), maar ze kunnen ook vrij vaag zijn:
Vergeetachtigheid, vermoeidheid of concentratiestoornissen. Veel bijwerkingen zijn tijdelijk. Maar er zijn ook bijwerkingen die pas na lange tijd optreden en kunnen verergeren.De uitdaging is om de balans te vinden tussen de voor- en nadelen en daardoor toch zo normaal mogelijk te kunnen leven.
Gelukkig zijn echt gevaarlijke bijwerkingen zeldzaam. Het risico om auto te gaan rijden, waarbij jaarlijks zo'n 1.000 doden vallen, is groter dan het risico op een ernstige bijwerking.
